Jungle Survival Training

Onze planeet herbergt ongelofelijk veel mooie plaatsen, het loont de moeite om hiernaar op zoek te gaan, deze te bezoeken maar vooral om deze te beschermen voor diegenen die na ons komen…

Dit zijn de persoonlijke ervaringen van Tom Vandyck, opgedaan tijdens een jungle survival cursus in het mooie Malaysië, en informatie opraapt tijdens gesprekken met de instructoren en lokale bevolking.

Algemene zaken zoals het plannen van je trip, informatie verzamelen over de lokale gewoonten, medische controle, fysieke voorbereidingen… worden hier niet besproken.

Hoewel er veel specifieke jungle survivaltechnieken in zitten, hoop ik dat je hier toch wat nuttige tips vindt voor al je volgende trips.

Wil je meer leren over survival, dan raad ik je aan om een degelijke opleiding te volgen bij een gereputeerde organisatie en gebruik steeds je gezond verstand als je aan outdoor doet!

 

 

 

 

 

INHOUD

1. Essentieel materiaal

1.1. Kleding
1.2. Footwear
1.3. Hoofddeksels
1.4. Messen
1.5. Diversen

2. Acclimatizatie

3. Jungle trekking
3.1. Hygiëne
3.2. Fauna
3.2.1. Preventie en Voorzorg
3.2.2. Wilde dieren
3.2.3. Trouble shooting
3.3. Flora
3.4. Navigatie
3.5. Trail blazing
3.6. Tracking
3.7. Bivakkeren
3.8. Communicatie
3.9. Hydratatie

4. Mentale attitude


1. Essentieel materiaal

Hou je kleding, footwear en ander materiaal proper en zo gaaf mogelijk.
Probeer kleding en sokken regelmatig te wassen en tracht kleding en schoenen indien mogelijk droog te houden.
Repareer elke scheur in textiel onmiddellijk.
Je materiaal krijgt rake klappen in de jungle, draag er dus extra zorg voor want is je materiaal kapot of verloren gegaan, dan zakken je overlevingskansen proportioneel.

1.1. Kleding

Hou er rekening mee dat in de jungle kleding binnen de korste keren aan flarden gereten wordt.
Opteer liever voor gedragen maar nog degelijke kleding i.p.v. jezelf spiksplinternieuwe outfits te kopen, dit is een beetje zonde van het geld.

Selecteer kleding op basis van het feit dat je de ganse dag kletsnat zult rondlopen:

1. door de hele dag te zweten – vooral als je door secondary forest reist
2. door de vochtigheidsgraad en de regelmatige stortbuien

's Nachts daalt de temperatuur aanzienlijk, dus is het best voor het donker wordt – en jongens, het wordt daar snel donker – dat je voorzien bent van droge kleding.
Daar de luxe van het hebben van een set droge reservekleding je niet altijd gegund is, dien je ervoor te zorgen dat je je kleding zelf droogt.
Neem die moeite, zelfs in een tropisch regenwoud kun je hypothermia (onderkoeling) of zelf longonsteking op je hals halen als je niet oppast.

Kleding kies je altijd doordacht, ook in het gewone leven.Hoody Jacket M (Wol & Zijde)
Natuurlijke materialen hebben de voorkeur; wol/zijde mengelingen voelen heel aangenaam aan en bovendien reguleren ze perfect de warmtehuishouding: is het koud verwarmen ze, heb je het warm, koelen ze af en dat doen ze ook als je kletsnat bent.
Wol/zijde is als een tweede huid en daarom perfect om als 1st layer te dragen (vlak tegen de huid).

Een nadeel van wol/zijde is dat het mechanische belasting (zoals het schuren van draagriemen van rugzakken) niet goed verdraagt.
Daarom is het aangeraden om daarover een hemd van katoen / gerecycleerd polyster te dragen. Dit lichtgewicht materiaal houdt vocht voldoende vast (vochtige kledij beperkt het zweten) maar droogt toch snel genoeg voor comfort.

Lichtere kleuren genieten de voorkeur over donkere. Nadeel is dat lichtere kleren lastiger zijn om te proper te houden.
Groene, bruine of camokleuren maken je snel onzichtbaar in de ondergroeing, dit is van belang als je de aandacht van bv. SAR (search and rescue) teams wil trekken.

Kies kleding met veel zakken die je kan dichtknopen.
Deze zijn zeer handig als je onderweg iets vindt dat je kunt gebruiken later (bv. eetbare planten…)

Onderweg draag je het best een knopenhemd met lange mouwen.
Een katoenen t-shirt werkt ook maar je mist wel de mogelijkheid om (tijdelijk) je armen te bedekken (regenbuien, insectenaanvallen, doornen…).
Tevens door de hemdsknopen los of vast te maken, kan je een betere ventilatie bereiken.

Tijdens langere stops, en zeker 's nachts, is het aangenaam – als dit een mogelijkheid is – een tweede laag van hetzelfde materiaal te aan te trekken.

De broek krijgt de meeste klappen en moet dus zeker van katoen / gerecylceerd polyester materiaal gemaakt zijn.
Elastieken aan de broekspijpen moeten goed aansluiten rond de enkel en schoensel maar mogen je beweging niet hinderen.

Alle kledij wordt los gedragen voor goede ventilatie en vlotte bewegingsvrijheid.

Vaak over het hoofd, maar draag ook gepast ondergoed; te strak ondergoed is ginder wreed ambetant; eens nat en klammig schuurt het als zot en wordt het tot een broeikas voor diverse ongewenste gasten.

1.2. Footwear

De jungle vreet letterlijk aan je voeten!

Schoensel (schoenen en sokken) zijn in een jungle van enorm belang: je voeten zijn constant ongedompeld in modder, drekkig water, zweet… elke wondje of blaar infecteert onmiddellijk.
Schimmels zijn ginder dan ook een reëel gevaar.
Een goede voorzorg is je voeten, sokken en schoenen elke dag te wassen en regelmatig te drogen.

Ga voor de kwaliteitssok die ervoor zorgt dat vocht weg van de voet geleid wordt. Katoenen sokken die het vocht vasthouden zijn uit den boze.
Als je de mogelijkheid hebt, neem dan genoeg extra paren sokken mee.

De lokale Malaysische gidsen prefereren rubberen regenlaarzen en zelfs rubberen voetbalschoenen boven commerciële trekking bottines.
Deze laarzen zijn waterdicht, houden modder en bloedzuigers buiten en zijn verrassend snel droog.
Keerzijde is dat ze het zweet binnenhouden, maar wat je ook doet, je voeten zullen toch constant nat zijn; ofwel van zweet, doorwaden van rivieren, beken en moerassig terrein, en zelfs de beste jungle boots bieden hier geen soelaas.
Het grootste minpunt is dat regenlaarzen niet de stabiliteit en tractie van een stevige wandelschoen biedt en de losse vorm zijn voor onze tere voetjes een rechte weg naar blaren.

Ik ondervond veel plezier van commerciële (high top) jungle boots, op één opmerking na: de drainagegaten aan de zijkanten raakten zeer snel verstopt met modder en ik werd gedwongen het metalen gaas te doorprikken.
Maar wees voorzichtig met het maken van de gaten, te grote gaten zijn zeer uitnodigend voor je nieuwe vriendjes, de bloedzuigers!

Als je op pad trekt met lederen schoenen zorg dat ze goed ingevet worden, vooral de naden.

1.3. Hoofddeksels

Hou het hoofd koel en beschermd tegen zon, regen, wind en kou… draag een baseball pet, boonie hat of andere degelijk hoofddeksel.
Een sjerp, gedragen rond de nek of als bandana, is ook nuttig.
En met een beetje vindingrijkheid kun je redelijk wat alternatief nut vinden voor deze kleine zaken.

1.4. Messen

Kijk eens rond wat de lokale bevolking gebruikt, zij weten welk materiaal het beste werkt in hun achtertuin.
Met een goed zakmes kom je in onze contreien ver genoeg maar is in de jungle zeer beperkt in mogelijkheden.
We ondervonden dat de Parang (de Malaysische machete) zeer practisch was voor zowel een weg door de bush te kappen alsook voor het delicate precisiewerk.

Van alles wat je meesleurt, de Parang (of ander mes) is je levenslijn.
Draag er dus zeer grote zorg voor, ga nooit ergens heen zonder het bij je op de man te dragen, zelfs niet als je zelf naar het toilet moet, en vooral verlies het niet!
Hou het scherp, dit maakt het gebruik veiliger, botte messen veroorzaken meer ongelukken dan scherpe.

Het lemmet van een machete kan ingedeeld worden in drie zones, elk met een specifiek doel:

  • De zone dichts bij het heft wordt gebruikt voor delicaat snijwerk – het lemmet dient hier zeer scherp te zijn.
  • Het middelste deel is geschikt voor het zwaardere hakwerk, zoals vegetatie verwijderen, brandhout te kappen – houd de snede scherp maar niet te scherp zodat het weer te snel bot wordt.
  • Het punt moet weerom scherp zijn.

Leer in ieder geval veilig met de machete te werken!

1.5. Diversen

Ander materiaal zoals poncho's en tenten werden door ons niet gebruikt, dus hierover kan ik niet uit persoonlijk ondervinding kan spreken.

De lokale gidsen zien echter niet veel nut in het meesleuren van veel "modern" en "space-age" materiaal.
Zo vinden zij een poncho maar niks.
Het is niet practisch als regenkledij: tropische stortbuien komen zo onverwachts en met zo'n intensitiveit dat je niet eens de tijd hebt om je poncho aan te trekken vooraleer je kletsnat bent en lukt het je toch, dan wordt je alsnog kloddernat van je eigen zweet dat gevangen zit onder het zeil.
Je kunt de poncho gebruiken als dek- of grondzeil maar door zijn afmetingen en vorm is het eerder beperkt in die zin.
De gidsen argumenteren dat als je toch iets van die aard wil meesleuren, je dan best een stevig stuk plastic zeil kiest.

Mosquitoes zijn niet zo overvloedig aanwezig als men zou denken.
Blijf je weg uit moerassen of mangrovebossen, dan zul je ze niet ze niet aantreffen.
De larven hebben stagnerend water nodig om tot groei te komen.
Daarom zijn plaatsen waar er menselijke activiteit is (vooral bewoning onder slechte hygiënische omstandigheden) een groter gevaar; kleine poeltjes in weggeworpen plastieke verpakking zijn ideale broedplaatsen!

In ieder geval controleer voor je vertrekt of je bestemming malaria, knekelkoorts of andere mosquito verbonden ziekten kent, dan is het nuttig een klamboe of muskietennet mee te brengen.

Een lichtgewicht hangmat is ook een handig item om mee te brengen; te gebruiken als slaapmateriaal, vissen en trapping.

Een tent meesleuren is compleet idioot, tenzij je in de bush wil genieten van een goed stoombad.

2. Acclimatizeer zoveel mogelijk

Als je de mogelijkheid hebt, neem tijd om de gevolgen van je reis (jetlag, hobbelige verplaatsingen, "nieuwe lucht"…) te verteren.
Voor ons Europeanen duurt het ongeveer 3 dagen om onze nieuwe omgeving gewoon te worden (leren te zweten, te ademen, te bewegen, zei ik "leren te zweten" al?).

Acclimatizeer je zo dicht mogelijk bij het gebied van je tocht.
Denk eraan, jungle trekking, zeker in bergachtig gebied, is zeer veeleisend
Maak in het begin kleine tripjes vooraleer aan het grote werk te beginnen, dit zal je helpen gewoon te worden aan de geur en geluiden van de jungle.
Sommigen planten zijn licht giftig en veroorzaken bij nieuwkomers jeuk en uitslag bij aanraking.
Een kort verblijf in de buurt van deze planten zal ervoor zorgen dat je lichaam snel een vorm van immuniteit ontwikkeld.

Probeer het lokale voedsel onmiddellijk bij aankomst al.
Je krijgt er misschien het vliegend schijt van maar het is beter dit te krijgen als je nog in je basecamp zit.
Medische hulp is dan nog toegankelijk, eenmaal op het terrein kun je een dokters' visite vergeten.
Het eten van het lokale voedsel heeft het voordeel dat je lichaam sneller aanpast aan het klimaat dan wanneer je je eigen meegebracht astronautenvoedingspakketten naar binnen duwt.
De Malaysische gidsen zeiden dat hun "spicy food" ervoor zorgt dat je lichaam op gelijke temperatuur komt met de omgeving.
Meer wetenschappelijker is dat kruiden en specerijen de risico op voedselbederf en parasitiale infecties tegengaan.
Ze zijn als het ware natuurlijke antibiotica.
Maar overdrijf nooit in uw avontuur, eten uit een riool is niet nodig, laat staan "cool".

Bekijk het ontdekken van de lokale quisine als een aangenaam bonus aan je reis.
Als je toch ginderachter bent, geniet van de cultuur!
Tevens het nuttigen van maaltijden, brengt je dichter in contact met de plaatselijke bevolking.
Zij appreciëren het als je hen en hun levenswijze op die manier respecteert.
Daar je in hun achtertuin gaat rondlopen, kun je zo veel nuttige dingen van hen opsteken.

3. Jungle trekking

"Take it slow, you can’t outrun the forest anyway."
"The jungle is neutral; It's you who makes the environment hostile or friendly."
Mohamed RAZALI, teamleader UBAT

Kweek een degelijke mentale ingesteldheid, deze komt je ook van pas in je dagelijks leven!

Denk eraan: je bent de buitenstaander hier, de jungle heeft er reeds enkele millioenen jaren op zitten zonder jou aanwezigheid en het interesseert haar geen zwier dat je leeft of sterft.
Zelfs in de meest averse omstandigheden: Respecteer Moeder Aarde en al zijn inwoners!

3.1. Persoonlijke hygiëne

Aleppo's OerzeepHet is er bijzonder vochtig en warm, dus je gaat zweten, veel zweten.
Alle vegetatie is vochtig en modder is overal… het is de perfecte omgeving om op zeer korte tijdspanne (24 u) huidproblemen te ontwikkelen.

Daarom is persoonlijke hygiëne van cruciaal belang, bij elke gelegenheid was je je lichaam (liefst elke dag) en indien mogelijk ook je kleding.
Neem op je trip een multifunctionele zeep mee die natuurlijk is en 100% biologisch afbreekbaar is.
Ik heb heel veel gehad aan alepzeep, een oeroude type van zeep die antiseptisch, antibacterieel, wondhelend, pijnstillend is.  Deze hand- en lichaamszeep is ook te gebruiken om je haren en kleren mee te wassen.

Wondverzorging
Natrasan natural 1st Aid spray (travel buddy)Kleine wondjes zoals sneetjes aan handen en voeten, blaren, opengekrabte insenctenbeten… zullen in geen tijd infecteren.
Het is van essentieel belang dat je wonden onmiddellijk verzorgt, hoe klein ze ook mogen ogen. Bijzonder eenvoudig en efficiënt hiervoor is de Natrasan 1st Aid spray, een natuurlijk antiseptisch middel dat je steeds bij hand moet hebben bij elke outdoortrip.

Om de wonden in vochtig klimaat proper te houden, is het gamma van Wilma Naturprodukter perfect.
Kad Salva, Tjarsalva alsook de lanolines vormen een barrière tegen vocht en vuil..

3.2. Fauna – Alle diertjes groot en klein

Het gevaar ligt eerder bij de kleine monstertjes dan bij de grote gedrochten: je hebt meer last van vliegende insecten (in het bijzonder muggen en horzels), bloedzuigers (sommigen hangen onder bladeren, anderen leven op de junglegrond), schorpioenen, spinnen, mieren… dan van olifanten en tijgers.

Van alle wezentjes die de jungle rijk is, is het de duizendpoot die de gidsen de meeste stuipen op het lijf jaagt.
Wanneer men het verstoort, wordt de duizendpoot zeer aggressief.
De beet is zeer pijnlijk en giftig – en om het in de woorden van locals te zeggen: hospital, hospital!

3.2.1. Preventie and Voorzorg: je beste verdediging

Indien voorradig, gebruik een insectenwerend middel en opteer voor een natuurlijk product.
Wrijf het niet alleen op de blote huid, breng het ook regelmatig aan op kleding, zoals de pijpen van je broek.

Nordic Summer (Natursmorning)De gidsen zelf sproeiden met veel bravoer industriële insecticide op armen en benen, huid en kleding. 
't Werkte indrukwekkend, alles in een straal van 1 meter rond hun viel pardoes dood; jammer dat dit spul op lange termijn ook de naarstige sproeiboer zal krijgen, nog maar te zwijgen van de grotere ecologische problemen van deze dodelijke naïviteit.
De meeste commerciële insectenwerende middelen zijn op basis van DEET, effectief maar ook zeer giftig, dus laat je grondig adviseren als je een product wil aanschaffen.

Zorg voor gepaste medicatie voor het gebied dat je bezoekt (malaria, gele koorts …).

Draag een knopenhemd met lange mouwen, hoofddeksel en sjaal, dit vermindert de oppervlakte aan naakte, onbeschermde huid gevoelig.

Controleer eerst je zitplaats vooraleer je kont neer te placeren.
De jungle heeft een veelvoud aan stekels, doornen, bijtende diertjes…

Draag steeds een stevige wandelstok mee, dit is een zeer nuttig gereedschap om bij je te hebben:

  • het biedt stabiliteit als je over onregelmatig en/of gladde ondergrond wandelt of een waterweg oversteekt; 
  • je kan er de ondergroei mee controleren op ongewenste bewoners en stekeltjes;
  • om eerst over een gevallen boom te plaatsen vooraleer je erover stapt (slangen kunnen eronder schuilhouden en je in paniek bijten);
  • om de grond vrij te maken van takken en bladeren vooraleer je neer te zetten (controle op schorpioenen, duizendpoten…).

Gebruik de stok verstandig; loopt er niet overal mee op te kloppen als een losgeslagen gek.
Kijk waar je de stok tegenaan slaat, horzels kunnen een nest gemaakt hebben in een boomstronk, door erop te kloppen, maakt je hen wakker en altijd hebben zij een vervelend ochtendhumeur.

Hoedt je voor eenzame verhogingen (½ tot 1/½ m hoog en 1/½ tot 4 m breed) gemaakt van takjes en bladeren en gelegen in het midden van een open plek in het bos, dit kan wel eens een nest van een cobramoeder of de rustplaats van een wild zwijn zijn.
Cobras beschermen hun nest, dus mammie kan in de buurt rondslidderen en wilde zwijnen durven wel eens te chargeren vooraleer het hazepad (zwijnepad) te kiezen.
Ook, een wild zwijn draagt teken en mijten op zich; zelfs al is de nest leeg, er kunnen nog een paar ambetante huurders achtergebleven zijn.

Kruipende insecten zijn steeds op zoek naar onderdak en voedsel.
En jawel, jij en je materiaal zijn uitstekende bronnen van onderdak en voedsel.

Als je toch iets op de grond moet zetten (de eerste keus is het ergens omhoog hangen), zorg dan ervoor dat alle zakken dicht zijn.
Neem je het terug op, controleer de spullen grondig op ongewenste gasten; bloedzuigers kleven vaak aan kledingstukken of rugzakken en kunnen dan later migreren naar uw teer pelske.

Check je bottines VÓÓR je ze aantrekt – gebruik hiervoor een stokje en NIET je vingers!
Schorpioenen zoeken na een nachtje stappen graag een donker, waterdicht holletje, i.e. je botten dus.

Als je iets voelt kriebelen, houd het hoofd koel en begin niet hysterisch in het rond te springen.
Blijf kalm en zoek naar de oorzaak van het ongemak: doornen in je hemd, een gedisoriënteerde mier in je broek, hongerige bloedzuiger in je nek…
Daarna kun je rustig de indringer verwijderen zonder jezelf nog meer ellende op je hals te halen.
Bv. insecten kunnen overhaald worden het pand te verlaten door ze weg te wrijven in de richting dat ze aan het kruipen waren.
Als je ze tegendraads eraf veegt, dan kunnen er misschien pootjes of gifhaartjes in je huid achterblijven. Deze wondjes kunnen op hun beurt ontsteken en voor ergere dingen zorgen. 

"A noisy jungle is a happy jungle"
M. Razali

Geroezemoes in de jungle betekent dat iedereen zijn eigen gangetje kan gaan zonder dat er iets is dat hen verstoort.
Wordt het plots stil, dan is er iets aan de hand.
Het kunnen mensen zijn (deju, nog meer toeristen!), of roofdieren op zoek naar prooi (en ja, je bent misschien gecatalogeerd als prooi). 

3.2.2. Wilde Dieren

Geluiden en geuren schrikken dieren af; maar dit is een mes dat aan twee kanten snijdt, ook jachtwild blijft niet langer rondhangen.

VUUR:
Een vuurtje bouwen is altijd een goede afschrikker en het is dus aangeraden om iets bij de hand te hebben om snel vuur te maken.
! Wees steeds voorzichtig met vuur in het bos. Voor je het weet staat alles in de fik, inclusief je enige uitweg !

Indien voorhanden is rubber uitstekend te benutten (in uiterste noodzaak kun je de zolen van je schoenen gebruiken).Tondeldoos
De stank houdt beesjes, groot en klein, op een afstand; het is geschikt voor mosquitos tot tijgers.
Een tweede voordeel is dat het een dikke zwarte rook geeft. Zwarte rook trekt altijd de aandacht van SAR (search and rescue) teams omdat natuurlijk materialen enkel branden met een witte rook.
Zwarte rook in de jungle is dus altijd door mensen gemaakt.

Rook houdt insecten op afstand, laat het vuur gans de nacht smeulen.
Een maximaal effect krijg je door er de schillen van citrusvruchten op te gooien, een natte houtstomp erop te leggen of er damar (hars van de merantiboom) erover te strooien.

AFVAL
In 't kort: loopt niet te smossen als een ouwe slons!
Afval trekt een hoop dieren aan, groot en klein, en veel ellende kan vermeden worden door een paar goede gewoontes te hanteren:

  • Schijt niet naast uw patatten of m.a.w. maak de latrine voldoende ver van uw kamp;
  • Onderhoud een goede hygiëne: was uw kookgerei, kleding en lichaam regelmatig en grondig;
  • Draag afval mee in een gesloten zak (blikken dozen kunnen goed gereiningd worden door ze een nachtje in het vuur te laten liggen).

METAAL GELUIDEN
Alle metaal geluiden, zoals het rammelen met gammellen, zijn onnatuurlijk en dus stresserend voor groter wild, deze klanken verjagen hen onmiddellijk.

3.2.3. Trouble shooting

HORZELS
Mocht je ondanks goede voorzorgen toch op een horzels' nest blunderen (en deze kunnen zich bevinden naar gelang de soort in een boom, doodhout of ondergronds), dan is het vrijwel zeker dat deze lieverds hun nest gaan verdedigen.

Horzels zijn zeer goed georganiseerd, terwijl één groep je direct aanvalt, zal de hoofdmacht hoogte winnen en je bewegingen gadeslaan.
Weer je de eerste golf af, dan zal er een tweede aanval volgen.
Het beste is dat je je hoed of sjaal (aha, daarvoor kunnen deze ook dienen) in de richting van de aanvallers gooit.
Initieel zullen zij dit als een nieuwe aanvaller interpreteren en deze dus attackeren.
Dit geeft je de tijd om te vluchten, natuurlijk in de tegenovergestelde richting van de horzels.

Blijf weg van open ruimten, loop door het kreupelhout; horzels stoppen de aanval als ze gehinderd worden door bladeren en takken.

Je hoeft geen kilometers te rennen, zorg voor wat afstand en hou je schuil onder bosjes.
Kijk de kat uit de boom (of liever de horzels uit de lucht) en als de lucht klaar is, ga dan in een wijde boog om de plaats van onheil.

Probeer niet te veel materiaal te verliezen, anders moet je terug in de gevarenzone om alles op te halen.

Het wegrennen brengt wel incintrieke gevaren met zich mee: je kunt je ernstig snijden aan bladeren, takken en doornen, al lopende uitglijden en je bezeren… nog niet te spreken van het trappen op de slangendingen in de buurt.
Evenwel, horzels kunnen in tegenstellen tot bevoorbeeld bijen, je meerdere malen steken en elke steek doet immens pijn.
Meervoudige steken kunnen fataal zijn!!!

BLOEDZUIGERS
Controleer de donkere, warme, vochtige plaatsen van je lichaam op bloedzuigers – deze weet je wel te vinden zeker?
Hun beet is niet pijnlijk en je zult hen dan ook niet voelen tot het te laat is.

Je verwijdert ze het beste door ze met je speeksel te bedekken en ze dan zachtjes eraf te trekken.
Er zout op strooien helpt ook, maar het verspillen van voedingswaar is niet echt aan de orde in een survivalsituatie.

Verzorg de wond goed, deze bloedt namelijk hevig.
Leer van de lokale bevolking welke planten het bloeden stelpen.
Je zult snel van hen leren dat voor elk euvel de jungle een remedie binnen handbereik heeft.

Veel bloedzuigers op je lichaam kunnen een aanzienlijke hoeveelheid bloed opnemen, dit samen met eventuele onstekingen van de wonden, kan maken dat je op den lange duur verzwakt.

OLIFANTEN
In Azië leven de olifanten in de jungle en niet in open savannes zoals in Afrika.

Zelfs met hun afmetingen zul je hen niet eens bemerken in de brush.
Het zijn zachtmoedige wezen; enkel als er jonge dieren in de kudde zijn, kunnen ze licht geïrriteerd zijn.

Mocht je ooit de pech hebben voorloper te zijn in een olifantenkoers, probeer dan parallel een heuvel te lopen.
Olifanten kunnen hun evenwicht niet behouden op oneven grond. Ze stoppen liever dan omver te vallen en zich alzo belachelijk te maken.
Ze kunnen en zullen sneller lopen dan jou, zelfs bergopwaarts!
Bergafwaarts gebruiken zij de volgende techniek, ze trekken hun voorste poten in en gebruiken hun gewicht om naar beneden te glijden.
Het heeft geen nut door het struikgewas te liggen crossen, dat trappelen ze plat, tegelijkertijd met kleine bomen en langelaatst jezelf.
Oog in oog met een Langneus, hou je best zijn oren in de gaten: wanneer hij zijn oren nerveus opent en weer sluit, uit hij zijn ongenoegen – tijd voor het voorzichtig (!) af te bollen; houdt hij plots zijn oren plat tegen zijn hoofd, dan is een aanval imminent – wegwezen!

SSSSSSSSLANGEN
Giftige slangen zijn meestal nocturne dieren, i.e. zij zijn 's nachts actief.
In tegenstelling tot populaire gedachten, is de kans dat je ze tegenkomt eerder klein.
Ze zullen er van hun kant alles aan doen om je uit de weg te blijven en door hun goede schutkleuren vallen ze niet echt op.

Vooral 's morgensvroeg moet je je piepers goed openhouden; de omgeving is dan flink afgekoeld en zij zijn op zoek naar een slaapplaats.
Ze worden traag maar zijn nog klaarwakker.
Slangen vertrouwen dan het meest op hun camo om zich te verdedigen en bewegen niet totdat je (te) dicht bent.

Merendeel van de dag slapen zij, opgerold in een dichte bladertak of onder een gevallen boom.
Wees dus voorzichtig met een spoor te hakken, gebruik je wandelstok om verdachte plekken te verkennen.

Je kunt zien dat een slang slaapt doordat het een melkkleurig membraan over de ogen heeft.
Denk eraan, het is echter voor niets nodig de moeite te doen om zo dicht bij een slang te komen om dit fenomeen eigenhandig waar te nemen.
Ze kunnen zo hard van jouw smoel verschieten dat ze spontaan beginnen te bijten.

Lang niet alle slangen geven waarschuwingen, maar de cobra doet dit wel door haar lichaam op te richten en hun befaamde mantel op te blazen.
Zij kunnen tweederde van hun lichaam oprichten en als je weet dat een cobra vlot 2 à 3 meter kan worden, dan kun je wel eens letterlijk oog in oog te komen staan met deze lieve sissertjes.
De cobra communiceert met zijn mantel.
Zet hij zijn mantel uit, dan geeft hij te kennen dat hij er niet graag bij is – tijd voor U om het af te bollen, liefst traag en zonder veel gebaren.
Opent hij de mantel en sluit hij deze onmiddellijk: hij signaliseert dat een aanval onderweg is – wegwezen!

Hoe exotisch het ook moge zijn, zie je toch een slang, hou altijd je afstand!
Niet alle slangen moeten direct kontact maken om gevaarlijk te zijn; er zijn slangen die gif spuiten in plaats van het via een beet te injecteren.
Slangen kunnen de dosis van het geïnjecteerde gif bepalen; grotere prooien krijgen meer toegediend dan de kleintjes.
Eenmaal gebeten is het kwaad geschied, medische interventie is dan dringend nodig.
En dringende medische interventie is niet echt evident in een tropische jungle!

Wurgslangen, zoals de python, vormen geen acuut gevaar op enkele uitzonderlijke gevallen na: de grotere exemplaren zijn liever lui dan moe en zullen in plaats van actief te jagen, hun prooien trachten te verschalken door een valstrik te spannen. Ze leggen zich goed verborgen op de loer onder een gevallen boom of in een kleine inzakking in de grond. Een sukkelaar die op hen trapt, wordt meteen lunch. Er zijn gevallen dat mensen "per ongeluk" door een python gedood zijn, want blijkbaar zijn wij voor hun niet meer dan oversized wilde zwijnen (?).
Een geluk is wel dat ze nadat je gewurgd heeft, de slang er meestal niet in zal slagen je te verorberen.
Ons hoofd is namelijk smaller dan de rest van ons lichaam wat maakt dat de slang zich vergist in het inschatten van onze eigenlijke breedte. Als ze een prooi inslikken, beginnen ze bij het hoofd, wat nog vlot naarbinnen glijdt, maar ze blijven dan steken aan de schouders.
Behandel deze dieren, zoals alle dieren, met het nodige respect; ze kunnen potentieel gevaarlijk zijn.

Sommige Malaysische jungle stammen (o.m. de beruchte koppensnellers, de Iban) hebben initiatierituelen waar een jongen vooraleer hij man kan worden, zijn vader in het woud moet volgen om een grote wurgslang te vinden, deze te vangen en vervolgens te doden.

De gidsen zeiden dat de beste manier om een wurgslang de baas te kunnen, is in het uiteinde van zijn staart te bijten; zij zijn te sterk om je met kracht van hen te ontdoen. Zij zweren dat dit echt werkt, maar het is niet aangeraden om dit in de praktijk te gaan testen.

TIJGERS (kleine, lieve poesjes met grote tandjes)
Normaal blijven zij uit de buurt van mensen tenzij ze te oud worden, ziek zijn of te zwaar gekwetst zijn om nog prooien te vangen; dan zoeken ze 'gemakkelijker voedsel'.
Een tijger zal, als het niet vertrouwd is met een prooi, deze gedurende enkele dagen observeren vooraleer te beslissen hoe en wanneer aan te vallen.
Dit maakt dat de backpacker niet echt een doelwit vormt; lokale bevolking met een vast patroon daarentegen schaft dan weer wel vlees in de pot.
Als er dan per uitzondering toch een menseneter gesignaliseert wordt, dan zal de plaatselijke bevolking er alles aan doen om deze te doden.
De kans is namelijk groot dat de tijger zich blijft voeden met deze vlot te krijgen bron van proteïnen.

3.3. Flora

De jungle kent een veelvoud aan planten en ze kunnen elke behoefte bevredigen: voedsel – water – shelter – vuur – medicijnen.
Echter, je moet beschikken over een pratische basiskennis om goed te kunnen overleven.

Het meeste van de tropische fruitsoorten worden commercieel geteeld en zijn niet in de jungle zelf te vinden.
Lokale boeren hebben soms wel wat kleine plantages met herkenbare eetbare vruchten aan de rand van het woud.

CITRUSVRUCHTEN
De verse schil van citrusvruchten kan je gebruiken om je huid te reiningen en te verfrissen.
Het heeft ook een goede insectwerende werking, zij het maar tijdelijk, zweet verwijdert de etherische oliën vrij snel.

Ze zijn een uitstekende bron van voedsel, maar mogen enkel met mate genuttig worden.
Als je bv. uitgedroogd of ondervoed bent, krijg je bij een te grote inname diarree.

Rottend fruit trekken insecten aan zoals wespen.
Wees voorzichtig bij het verzamelingen van de vruchten.

KOKOSNOTEN
Het vlees is eetbaar en de jonge (groene) noot bevat veel drinkbaar water.
Let op, het is wel licht laxerend.

Om een kokosnoot los te wrikken van de stam is hard werk.
Begin er enkel aan als je het fysiek nog aan kunt.
Gebruik een lange bamboostam, aan één kant aangescherpt, om de noten los te wrikken.
Hou het goed in de gaten, als een vallende noot verbinding maakt met je schedel, is het jouw schedel die als eerste zal kraken.

BAMBOO
In de jungle tiert bamboo weelderig en het kan voor een brede waaier van zaken gebruikt worden.

Pas goed op bij het vellen van bamboo.
De stammen groeien door elkander en zijn meermaals verstrengeld, waardoor ze onder spanning komen te staan.
Bij het hakken, kan een stam plots versplinteren en naar je lichaam uithalen en deze scherpe uiteinden kunnen je vlotjes spiesen.

Kleine zwarte haartjes zijn soms aanwezig onderaan de stam.
Zij veroorzaken een jeukende uitslag, zoals jeukpoeder. Ongevaarlijk maar verschrikkend vervelend.
Vooraleer te hakken, verwijder je ze best.
Gebeurt het toch dat je deze haartjes op je lichaam krijgt, spoel ze af met stromend water. Ze proberen af te vegen, verergert de zaak.

Sommige soorten bamboo slaan drinkbaar water op in hun segmenten.
Schud met de stam om te horen dat er water inzit, maak een inkeping en met een jonge bambooscheut zuig je het water eruit.
Als het water slecht ruikt of zie je zwarte schimmelsporen op de plant, blijf eraf.

Je kunt de volle segmenten intact er tussenuit halen en zo het water transporteren.
Dit water dient wel binnen de 24 uur geconsumeert te worden, het wordt snel slecht.

Jonge scheuten kan je rauw of gekookt eten en smaken wat naar asperges.

Dode bamboo, in kleine stripjes, brandt zeer goed, zelfs als het vochtig is.

Gereedschap maken van bamboo:

Selecteer de bamboo die niet splijt wanneer het droogt, zoek daarom naar groene bamboo, die geen bladeren heeft aan zijn segmenten en waarvan de buitenste bast vlot van de stam kan geschraapt worden daaronder komt een beige kleur van hout naar te voren.
Goede bamboo toont donkere stippen in het lichtkleurige, stevig hout.
Ongeschikt jonge bamboo heeft witkleurig, zacht hout.

Drinkbeker en bord
Een drinkbeker of langwerpig bord maak door een segment half of overlangs door te hakken.

Watercontainer
Een grote watercontainer is ook nog haalbaar om snel te maken.
Selecteer een compleet en waterdicht segment waarvan de tussenjoints nog intact zijn (controleer op zelfs de kleinste gaten!).
Aan de onderkant van de container laat je ongeveer 2 à 3 cm hout te meten van de joint.
Aan de bovenkant maak je een schuine zijde, te meten 2 cm aan een kant, uitlopend naar 7 cm van de joint. Dit is dan de drinkteut van je container.
In de bovenste joint maak je een drinkgaatje van 1 cm.
Het gaatje kan men later dichten met een breed blad.
Finaal, schuur je de buitenkant met zand om splinters te verwijderen.
Ook belangrijk, was de binnenkant grondig door er water, zand en kleine steentjes in te plaatsen en er goed mee te schudden. Dit maakt de pulp, die aan de binnenkomt zit, los. Blijft dit herhalen tot er geen pulp meer uitkomt.
Maak er ineens een draagriem voor, dit verlicht het dragen op het terrein.

Kookpot
Selecteer een waterdicht segment van 10 cm doormeter en 50 cm hoog.
Laat de onderste joint intact en maak de bovenkant volledig open.
Vul half de bamboopot met in bv. bananenbladeren gehuld voedsel (rijst, vlees…) en vul aan met water.
Plaats de pot rechtopstaand tegen het vuur aan; het water zal spoedig koken/stomen en de bamboe blijft intact tot het eten gaar is.

Bouwmateriaal
Bamboo is tevens een universeel bouwmateriaal, licht en soepel maar toch zeer sterk.
Je kunt er shelters mee bouwen, tafels en stoelen sjorren…
Je bent enkel beperkt door je eigen verbeelding.

LIANEN (de dingen waar Tarzan aan zwiert)
Afhankelijk van de soort heeft elke liaan zijn eigen nut.

Water
De Malaysische jungle biedt twee soorten "drinklianen" aan.
De ene heeft een ruwe roodkleurige bast.
De ander is herkenbaar aan de gladde bast met zwarte haken (om zich vast te haken aan bomen).
Beide groeien in overvloed en met een beetje oefening leer je deze soorten snel herkennen.
Om het goed drinkbaar water te oogsten, kies je best een liaan met een dikte van een vuist.
Hak ze in stukken van 1 meter lengte, het water sijpelt er onmiddellijk uit.
Belangrijk te onthouden is dat de eerste snede zo hoog mogelijk dient te gebeuren. Dit moet zo omdat de lianen bij beschadiging het aanwezige water naar hun bovenste delen stuwen.
Verspil geen tijd, wees voorbereid als je begint met hakken; zorg dat je ofwel onmiddellijk kunt drinken of hou een opvangcontainer binnen handbereik.
Als de stroom ophoudt te vloeien, kun je nog enkele inkepingen in de bast maken. Zo wordt ook het laatste water eruit geperst.

Touw
Sommigen lianen zijn dan weer goed voor het snel maken van stevige touwen.
Deze bruin tot beige gekleurde liaan is vrij makkelijk te herkennen, ze ziet er namelijk uit als een bundel dikke touwen.
Maak een inkeping en strip een van "touwen" los.
Klink gemakkelijker dan gedaan, het is hard werk om een degelijk stuk liaan vrij te krijgen.
Vervolgens dien je de strip zacht te maken door deze over een tak of boomstronk te leggen en erop te kloppen met de botte kant van je machete of met een stuk hout.
De vezels komen los en die kun je dan draaien tot een bruikbaar stuk touw.
Doe dit onmiddellijk want als de vezels beginnen te drogen wordt het moeilijker om ze te manipuleren.

PALMBOMEN
Palmbomen groeien er weelderig en zijn er in alle maten.

Palmbladeren bieden een waaier aan mogelijkheden: dakbedekking voor je shelter, gevlochten tot slaapmatten, droge bladeren zijn ideaal om een vuurtje te bouwen… 

Palmbomen hebben ook eetbare delen (lekkere palmharten) maar dit kost wel wat inspanning om eraan te geraken.

Kijk wel uit uw piepers! Alle soorten palm hebben doornen en ze weten ze te gebruiken.

3.4. Navigatie

Als je je weg wil vinden, is de jungle genadeloos; visuele orientatie is virtueel onbestaand.
De kanopee (bladerdak) laat geen zicht op zon of sterren toe en een goed azimuth schieten is moeilijk daar de horizon slechts enkele meters ver is.

Probeer het terrein te volgen, vooral stromen en riviertjes. Een woord van waarschuwing, kleine onschuldige beekjes kunnen vrij snel transformeren tot razende stromen als het begint te regenen!

Een beetje hulp krijg je van lianen:
Vindt de wortel van de liaan en volg het tot zijn eerste krul rond de boom.
Plaats de tip van je linkse voet tegen de wortel en de tip van je rechtse voet wijzend naar de eerste krul, je kijkt nu naar het westen.

3.5. Trail blazing

In een ideale situatie hebben alle teamleden een machete ter beschikking; dit maakt jungle survival een pak gemakkelijker.
Bent je alleen en heb je geen machete of mes, wel "good luck" dan.

Vorderen door het secondaire bos is het lastigst; de zon bereikt de junglevloer en de flora groeit er uitbundig.
Het is er heter en vochtige dan in het primaire bos.

In de echte jungle is het veel koeler omdat de kanopee het zonlicht tegenhoud. Je hebt ook een pak minder dichte vegetatie om mee af te rekenen.

Om een doorgang te kappen, hak je het beste tegen een hoek van 45° door de zachte planten (palm, gras…). 
Hou je niet bezig met takken of bomen om te hakken, als je het obstakel niet met 1 slag kunt verwijderen, ga er rond.
Gebruik bewuste, vloeiende bewegingen – zo conserveer je energie.
Weet waar je lemmet gaat eindigen vooraleer je ermee zwaait.
Hou je koppeke erbij: of het nu een banenenboom is of je been, de machete maalt er niet om!

In groep is de eerste man of vrouw die het te volgen traject bepaalt.
Denk na voor je iets onderneemt, kies te reizen over een heuvelrug en niet constant bergop en bergaf af te klauteren, ga voor de route met de minste vegetatie om door te hakken, hoed je voor gevaar van dieren (slangen, horzels…)…
De tweede man of vrouw verbreedt het pad: neerhakken van scherpe bamboopunten, verwijderen van doornen, scherp gras…
De derde in rij markeert het pad voor de rest van de groep die volgt.
Hij/zij blokkeert ook de passage die mogelijk achterblijvers of SAR teams kunnen in verwarring brengen (dit is cruciaal om wrevel en tijdverlies te vermijden).
Roteer deze drie leden regelmatig: een pad maken is zeer vermoeiend.

Het pad dient regelmatig gemarkeerd te worden door bv. 3 inkepingen op bomen langs de route te maken, kleine bomen af te knakken in de looprichting, pijlvormige bladeren op het pad te leggen…
Wil je dat je signalisatie een optimaal effect heeft, wees dan consequent in de gebruikte methode van markeren.
Verwissel niet keer of keer van teken (begin je met inkepingen, blijf dan bij inkepingen maken) en maak de tekens telkens aan dezelfde kant van het pad (niet dan eens links, dan weer rechts).
Laat voldoende tekens achter, dit zal de mensen die achterop lopen of je volgen veel ellende besparen.

Blokkeren van mogelijk alternatieve routes doe je door ze te barreren met twee gekruiste stokken.

Ten allen tijden blijft de hoofdgroep alert naar bruikbaar materiaal – voedsel, water, brandhout, touwmateriaal, medicinale planten… – en vooral naar geschikte plaatsen voor het bouwen van shelters (denk eraan, de nacht komt sneller dan je denkt). Iedereen moet zoveel mogelijk bruikbaar materiaal verzamelen, je weet nooit wat er morgen kan gebeuren.

Neem regelmatige stops:
10 – 15  minuten vorderen, dan 5 minuten break.
Bij elke stop controleert men of iedereen er nog is en inspecteer je het materiaal.

Algemene regels bij het vorderen in groep:

  • het zwakste lid bepaalt het tempo;
  • volg altijd de voorman, wijk niet af van het pad;
  • laat de sterksten de achterste gelederen in 't oog houden;
  • zorg voor goede communicatie van achter naar voor en omgekeerd.

Zo verhinder je dat (zwakkere) individuelen contact met de groep kwijtgeraken en verloren lopen.

3.6. Tracking

Wil je iemand volgen of tracken, zoek dan naar de afgesproken of duidelijk gemarkeerde tekens.

Om te vermijden dat je belangrijke aanwijzingen plat trapt, observeer je de plek eerst grondig tot je een spoor vindt:
Kijk eerst 1 meter ver – kijk dan 3 meter ver – kijk vervolgens 10 meter ver – neem dan een stap.

Hou je ogen open voor ongewone uitschuifsporen in de modder of schraapsporen op gevallen bomen.

Wees alert voor verstoorde vegetatie – e.g. ineengevlochten grassen die in dezelfde richting wijzen, schraapsporen op bomen van bv. rugzakken, omgedraaide bladeren op de junglevloer…

Een lawaaierige jungle is een gelukkige jungle, stilte betekent dat er iets "groot" voorbij gekomen is.

Omdat het zonlicht niet direct op de woudvloer valt, is het verouderen van afgebroken twijgen en takken niet zo duidelijk merkbaar.
Hou er rekening mee als je de verlopen tijd van een beschadiging wil inschatten.
Als een plant niet erg vochtig is of geen specifieke geur meer afgeeft, dan is het spoor oud.
Het is dan mogelijk dat er nog geen verkleuring is opgetreden en dat men het spoor als "vers" interpreteert.

3.7. Bivakkeren

De nacht komt snel, zorg ervoor dat je een bivak hebt voor ze de lichten uitdoen.
Het wordt zeer donker en alhoewel je nog wel iets kunt waarnemen, is de nacht niet de periode om vrolijk in het bos rond te huppelen.
De gevaren, zoals scherpe grassen, doornen… wegen zwaarder dan de mogelijke opbrengsten.

Concentreer je op genoeg slaap krijgen, ook niet evident ginderachter.

Wanneer je in bivak bent, draag zorg voor persoonlijke hygiëne – was jezelf, kleding en schoensel.
Check je lichaam voor kleine wondjes, insectenbeten… en verzorg ze. 

SHELTER
Selecteer een plaats op basis van de beschikbaarheid van materiaal (voor constructie en vuur) en de conditie van de ondergrond (liefst een droge plaats).

Kijk ook naar boven, wind kan dode takken of rijpe vruchten losblazen en omdat junglebomen vlot meer dan 50 meter hoog kunnen worden, zijn deze vallende objecten dodelijk.

Open plekken genieten de voorkeur boven beschutte plaatsen omdat zij in noodgeval beter zichtbaar zijn vanuit de lucht.

Opje nachtbivak is het zeer nuttig na grondige inspectie van de plaats, deze in zijn geheel plat te branden, i.e. droge graspollen, opgehoopte bladeren, klein struikgewas… maar doe dit wel gecontroleerd! Het is niet de bedoeling heel het woud in lichterlaaien te zetten.
Dit zal de aanwezige viezerikken (schorpioen, mieren, duizendpoten…) verjagen of doden en de asse zorgt ervoor dat zij de eerste 24 uur niet terugkeren.
Zorg ervoor dat je de meest verdachte schuilplaatsen verbrand: gevallen bomen, grasophopingen, droge bladeren…
Moeder Aarde zal er geen hinder van ondervinden en zich vrijwel onmiddellijk herstellen.

Een geschikt lean-to-shelter, gemaakt van palmbladeren, kan door 1 persoon in minder dan 30 minuten gemaakt worden.

Zorg ervoor dat je genoeg takken en bladeren gebruikt zodat je shelter storm- en waterproof is.
Een tropische regenbui duurt niet lang, maar jongens wat zijn ze gewelddadig!

Ga niet direct op de klamme grond liggen maar maak een verhoog of ten minste vlecht matten (van grote palmbladeren) om op te liggen.

VUUR
Stockeer brandhout (zoals staand dood hout, droog gras…) in je shelter en probeer het vuur de ganse nacht te laten smeulen.

Vuur houdt je warm – het wordt koud 's nachts, het houdt de beestjes weg, je kunt je materiaal en kleding drogen, en 's morgens verlies je geen tijd om terug een vuurtje op te bouwen.

Vooraleer met je gewoonlijke explosieve start vroeg in de ochtend de dag te beginnen, controleer je eerst best op ongevraagde huurders: slangen op je buik, zoekend naar warmte,  schorpioenen in je schoenen, een duizendpoot in je hemdzak, mieren die in je broekspijpen marcheren…

3.8. Communicatie

Naast het markeren van je pad zijn er nog twee belangrijke manieren van communiceren.

Rook – vooral zwarte – is een duidelijke indicatie van je aanwezigheid.

Zoek een open plek zodat de rook niet te veel verspreid wordt door het dichte dak van het bos.

Een tweede methode – ook veelvuldig gebruikt door de lokale bevolking – is het slaan van de stam van de grote bomen met een knuppel of machete.
Het geluid reist kilometers ver en als je een vast ritme houdt dan zullen SAR teams je locatie snel gevonden hebben. Noteer wel dat geluid een bepaalde hoofdrichting heeft, het best is om de boom in alle 4 richtingen te slaan.
Als je een kloppend geluid hoort, doe je er best aan deze te beantwoorden.
Het kunnen jagers zijn die zo te kennen geven dat de jacht open is!

Roepen is vrijwel nutteloos voor lange afstandscommunicatie; de vegetatie smoort het geluid direct.

3.9. Hydratatie

Door te zweten verlies je gigantisch veel vocht maar omdat de omgeving toch altijd vochtig is, heb je niet altijd door hoeveel je gezweet hebt.
Regelmatige hydratie is dan ook van groot belang.

Eén gouden regel:
Drink matig als je aan het stappen bent, drink voldoende als je geen activiteiten aan het doen bent.
Neem een slokje, spoel je mond en slik het dan door.
Het binnengulzen van water zal je dorstgevoel niet aanpakken en je zult meer drinken dan efficiënt is.
Drink genoeg maar verspil geen kostbaar drinkwater.

Zorg ervoor dat het water veilig om te drinken is.
Water van vegetatie (het sap of via condensatie) is steeds veilig, tenzij van planten die wit melksap hebben.
Stinkend of troebel water is steeds te mijden!

'Natuurlijk' water kan men best even laten koken of behandelen met purifeertabletten.

Onderweg gebruik je best plantenwater (lianen of bamboo).

Water opgeslagen in containers gebruik je best in noodgevallen en voor koken.

Indien beschikbaar zijn ORS (oral dehydration salts) goed om elke dag in te nemen vlak voor het slapen gaan.
Zout en mineralen worden ook aangevuld door goed te eten.

4. Mentale attitude

De jungle speelt een duivels spel met je geest.
Om te beginnen laat je alle populaire ideën over wat een jungle is thuis; de Hollywood versie van een jungle is een grap en je hebt geen nut aan vooroordelen om mee te beginnen: de zaken zijn er niet slecht of niet goed.
Je zult jezelf mentaal moeten wapenen of je verliest er je verstand – dit doe je best alvorens je vertrekt.

De dagelijkse ongemakken zoals het zweten, het vochtig klimaat, de insecten, het disorientatiegevoel, de uitputting… tesamen met onvertrouwde geluiden (het als een sirene loeien van gibbons 's morgens vroeg bij dageraad) en de nieuwe vreemde geuren zullen vroeger of later in je kleren kruipen.
Daarom is mentale discipline van belang; voel je iets jeuken of op je lijf kruipen, blijf kalm en controleer wat er aan de hand is.
Lopen te gieren als een gek en spastisch in het rond slaan omdat een kevertje je schoulder uitkoos om een pitsstop te maken, lost niks op.
Beetje bij beetje zal een negatieve ingesteldheid je vernielen.

Respecteer de jungle en haar inwoners…

Het belangrijkste te onthouden is dat de jungle neutraal is, jij bent diegene die de plek vriendelijk of vijandig maakt.

Wees conservatief, kweek goede gewoonten en herhaal ze keer op keer.
Een zeer goede gewoonte is je teammaten, je materiaal en jezelf regelmatig te controleren.

 


Meer info over dit onderwerp, mail je vraag naar info@midgaardshop.be

7907 Total Views 1 Views Today
Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *