De donderstaf heet in het Sanskriet "Vajra" en in het Tibetaans "Dorje" - hij symboliseert het mannelijke, het onvernietigbare en het helende. De vajra wordt in de rechterhand gehouden. Wordt samen gebruikt met een bel (in het Sanskriet "Ghanta" en in het Tibetaans "Dril Bhu") welke het symbool is voor het vrouwelijke, de wijsheid en de kosmische leegte. De bel wordt in de linkerhand gehouden. Hun samenspel van beiden resulteert in innerlijke mystieke eenheid. In Boeddhistische puja's en sadhana's spelen ze een belangrijke rol en worden ze gehanteerd bij mudra's of handhoudingen. De gekendste hiervan is de mahamudra, hierbij zijn de armen gekruist voor het hart. Ook bij meditatie en klankhealing worden ze aangewend. Lengte: 8 cm
|